Menu Bel 015 55 00 31 Inloggen
Home Nieuws Een korte afwezigheid als dringende ontslagreden

Een korte afwezigheid als dringende ontslagreden (18/09/2017)

Een kortstondige onwettige afwezigheid wordt meestal niet aanvaard als een dringende reden.

Zo werd reeds geoordeeld dat een ongewettigde afwezigheid van enkele uren geen dringende reden vormde.

Ook de werkverlating van een werknemer gedurende een halve dag na een discussie met zijn werkgever werd gezien als onvoldoende voor een ontslag om dringende reden, aangezien de werknemer noch hoog gespecialiseerd was, noch onvervangbaar was en hij geen bijzondere taak in de onderneming vervuld.

Drie uur afwezig zijn op het werk na het middagmaal werd evenmin aanvaard als dringende reden.

De arbeidsrechtbank te Brussel besliste in  een vonnis van 18 oktober 2016 anders.

Een zeer korte afwezigheid van minder dan uur werd erkend als  een dringende reden.

Hiermee lijkt de arbeidsrechtbank in te gaan tegen de rechtspraak die een dergelijke korte afwezigheid meestal niet beschouwde als dringende reden.

De feiten waren de volgende:

Een werknemer had zonder verwittiging de werkplaats verlaten, waardoor commotie was ontstaan onder de andere  werknemers.

Enige tijd later bood hij zich opnieuw aan op de werkvloer.

De werkgever beschouwde deze werkverlating als een zoveelste insubordinatie van de werknemer, waarna hij werd ontslagen om dringende reden.

De werknemer argumenteerde dat hij zijn overste wél verwittigd had en dat deze toestemming had gegeven om het werk te verlaten, maar leverde geen bewijs van deze bewering.

Hij zou het werk slechts "een dik half uur" verlaten hebben om zijn kinderen naar school te brengen, aangezien zijn vrouw verhinderd was.

De arbeidsrechtbank oordeelde dat de ongerechtvaardigde kortstondige afwezigheid bewezen was.

De bewezen feiten waren volgens de rechtbank voldoende ernstig om een ontslag om dringende reden te rechtvaardigen.

De plotse verdwijning van de werknemer bracht namelijk veiligheidsrisico's met zich mee  en ook de reden die werd aangehaald door de werknemer - namelijk het naar school brengen van de kinderen - kon volgens de rechter een ongerechtvaardigde werkverlating niet rechtvaardigen.

Met dit vonnis is er mogelijk een kanteling gekomen in de heersende rechtspraak en lijkt men strenger te zijn voor  (zelfs zeer korte) ongewettigde afwezigheden.

Bericht geplaatst door Karolien Calluy & Sven Mertens, advocaten op 18/09/2017.

Graag op de hoogte blijven en 
uitnodigingen voor onze infosessies ontvangen?

Schrijf in voor onze nieuwsbrief

Om uw surfervaring te verbeteren maakt LM&DS gebruik van cookies. Meer informatie   OK